4.

Bevolkingsgroei in Brabant

De bevolking groeit tot 2040 nog met ongeveer 115.000 mensen, tot bijna 2,6 miljoen inwoners. Na 2040 begint het bevolkingsaantal iets af te nemen. In 2050 telt Brabant 2.580.000 inwoners, evenveel als in 2030. Vanaf het midden van de jaren ’20 krijgt het landelijk gebied als geheel te maken met bevolkingskrimp. In het stedelijk gebied blijft de bevolking nog lange tijd groeien, al neemt de groei ook hier sterk af.

Bevolkingsgroei in Brabant

Tot aan het eind van de jaren ’30 van deze eeuw zal de Brabantse bevolking nog met zo’n 115.000 mensen groeien (+4,6%), van bijna 2.480.000 in 2014 tot zo’n 2.595.000 rond 2040. Daarna neemt het inwonertal licht af, tot 2.580.000 in 2050, zo’n 100.000 inwoners meer dan vandaag de dag (tabel 1).

Tabel I

Bevolkingsgroei in Noord-Brabant, 2014-2050

bevolking bevolkingsgroei bevolking
  2014 2014-2019 2020-2029 2030-2039 2040-2049 2014-2049 2050
Noord-Brabant 2.479.600 45.900 53.400 14.700 -14.400 99.500 2.579.100
Stedelijke concentratiegebieden 1.698.400 38.600 52.900 32.300 15.100 138.900 1.837.300
Landelijke gebieden 781.200 7.300 500 -17.700 -29.600 -39.400 741.800
RRO West-Brabant 692.400 9.700 9.500 -1.700 -9.100 8.400 700.800
RRO Midden-Brabant 395.200 8.200 10.900 5.400 1.500 25.900 421.200
RRO Noordoost-Brabant 643.700 13.800 17.600 6.900 -2.500 35.800 679.500
RRO Zuidoost-Brabant 748.300 14.200 15.400 4.200 -4.400 29.400 777.700
groei-indices
    2014-2019
(2014 = 100)
2020-2029
(2020 = 100)
2030-2039
(2030 = 100)
2040-2049
(2040 = 100)
2014-2049
(2014 = 100)
 
Noord-Brabant   101,9 102,1 100,6 99,4 104,0  
Stedelijke concentratiegebieden   102,3 103,0 101,8 100,8 108,2  
Landelijke gebieden   100,9 100,1 97,8 96,2 95,0  
RRO West-Brabant   101,4 101,4 99,8 98,7 101,2  
RRO Midden-Brabant   102,1 102,7 101,3 100,4 106,6  
RRO Noordoost-Brabant   102,2 102,7 101,0 99,6 105,6  
RRO Zuidoost-Brabant   101,9 102,0 100,5 99,4 103,9  
De in de tabel opgenomen gegevens zijn afgerond op 100-tallen; hierdoor kunnen er in de tabel geringe afwijkingen voorkomen.
De bevolkingsomvang per 1-1-2014 is gebaseerd op voorlopige cijfers van het CBS.

De 'standgegevens' over de bevolking en de woningvoorraad, zoals weergegeven in de tabellen, figuren en bijlagen op deze 'prognose-website', hebben steeds betrekking op de situatie per 1 januari van het betreffende jaar. In tabel 1 geldt dit bijvoorbeeld voor de bevolking in 2014 en 2050.
De 'stroomgegevens' over de groei van de bevolking en de woningvoorraad hebben betrekking op de ontwikkelingen tot en met het laatstgenoemde jaar. In tabel 1 geldt dit bijvoorbeeld voor de bevolkingsgroei in de periode 2014 tot en met 2019.

Zie ook: toelichting op de gehanteerde gebiedsindeling

 

Kent Noord-Brabant in de jaren ’90 nog een gemiddelde jaarlijkse groei van rond de 17.000 personen, na de eeuwwisseling is deze groei in korte tijd – met name onder invloed van negatieve migratiesaldi – gestaag teruggelopen tot zo’n 3.000 personen in 2006. Vanaf 2007 trekken de buitenlandse migratiesaldi echter weer aan en komt ook de bevolkingsgroei weer hoger te liggen (figuur 4.1). Hoewel ook voor de komende jaren positieve migratiesaldi worden verwacht, neemt de bevolkingsgroei verder af. Dit hangt samen met de ontwikkeling van de natuurlijke aanwas, het verschil tussen het aantal geboorten en het aantal sterfgevallen. Vooral als gevolg van de vergrijzing en de hiermee samenhangende toename in de sterfte slaat deze natuurlijke aanwas aan het eind van de jaren ’20 om in een natuurlijke afname. Het aantal sterfgevallen overtreft vanaf dat moment het aantal geboorten. De positieve migratiesaldi kunnen een bevolkingsafname nog wel even voorkomen, maar rond 2040 zal de Brabantse bevolking (licht) gaan krimpen.

Figuur 4.1

Bevolkingsgroei

Noord-Brabant, 1980-2050

 

Stedelijke concentratiegebieden en landelijke gebieden

De komende decennia zal de migratie steeds meer dé bepalende factor worden in de groei van de bevolking. Omdat migratie per saldo grotendeels terechtkomt in de stedelijke concentratiegebieden, ligt de groei hier hoger dan in de landelijke gebieden (tabel I). De landelijke gebieden zien de bevolkingsaantallen als gevolg van natuurlijke afname vanaf het midden van de jaren ’20 teruglopen (figuur 4.1b). In de stedelijke concentratiegebieden blijft de bevolking gedurende de gehele prognoseperiode nog groeien, al neemt de groei ook hier sterk af (figuur 4.1a). Naast hogere migratiesaldi kennen de stedelijke concentratiegebieden ook een hogere natuurlijke aanwas. Dit hangt samen met de (naar leeftijd selectieve) migratieontwikkelingen en de verschillen in leeftijdsopbouw tussen beide gebieden.

Figuur 4.1a

Bevolkingsgroei

Stedelijke concentratiegebieden, 1980-2050

 

Figuur 4.1b

Bevolkingsgroei

Landelijke gebieden, 1980-2050