3.

Binnen- en buitenlandse migratieontwikkelingen

De komende tijd worden in Noord-Brabant positieve binnenlandse migratiesaldi verwacht van gemiddeld jaarlijks zo’n 650 personen. Dit is in lijn met de licht positieve saldi van de laatste jaren. Het buitenlandse migratiesaldo ligt naar verwachting rond +4.000 personen per jaar. De laatste tijd kent Brabant weer duidelijk positieve buitenlandse saldi. Dit hangt voor een belangrijk deel samen met het toegenomen aantal arbeidsmigranten uit de Europese Unie.

Bij de sterke demografische veranderingen die zich sinds het begin van deze eeuw in Noord-Brabant voordoen, springen vooral de ontwikkelingen rond de binnen- en buitenlandse migratie(saldi) in het oog. Het ‘migratiebeeld’ wordt gekenmerkt door forse schommelingen. Zo zijn de positieve binnenlandse saldi uit de jaren ’90 vanaf 2002 omgeslagen in negatieve migratiesaldi, maar zijn deze saldi de laatste jaren juist weer licht positief (figuur 3.1).

Figuur 3.1

Binnenlands migratiesaldo, 

Noord-Brabant, 1980-2050

 

Het beeld dat de buitenlandse migratie oproept is eveneens sterk wisselend. Forse positieve buitenlandse migratiesaldi hebben tussen 2002 en 2008 plaatsgemaakt voor sterk negatieve saldi. De laatste jaren daarentegen kent Brabant weer duidelijk positieve buitenlandse saldi (figuur 3.2).

Vergeleken met de vorige prognose en in lijn ook met de saldi die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de komende jaren voor geheel Nederland verwacht,1 is uitgegaan van hogere buitenlandse migratiesaldi. Per saldo worden in Brabant vanaf 2020 gemiddeld iets minder dan 4.000 migranten per jaar verwacht (figuur 3.2). In de vorige prognose lag dit aantal nog zo’n 1.500 personen lager. Wat de binnenlandse migratie betreft is op grond van analyses over de afgelopen jaren (1994-2013) voor de prognoseperiode uitgegaan van een licht positief binnenlands migratiesaldo van tussen de 600 en 700 personen per jaar (figuur 3.1).

De vloeiende lijnen van de geprognosticeerde binnen- en buitenlandse migratiesaldi weerspiegelen uiteraard niet de jaarlijks (sterk) fluctuerende migratieontwikkelingen. In een prognose wordt immers veeleer getracht een meer structureel (gemiddeld) beeld te schetsen, in plaats van de grilligheid van jaar op jaar in te schatten. Wel is duidelijk dat er met name rondom de verwachte migratieontwikkelingen relatief grote onzekerheidsmarges bestaan. Het is een van de redenen de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose regelmatig te actualiseren, om zo de (soms grote) effecten hiervan op de bevolkingsgroei en de woningbehoefte te kunnen inschatten.

Figuur 3.2

Buitenlands migratiesaldo

Noord-Brabant, 1980-2050

  • 1. - Coen van Duin e.a. (2013). <i>Bevolkingsprognose 2012–2060: veronderstellingen migratie.</i> Bevolkingstrends 2013. CBS, december 2013.<br> - Coen van Duin en Lenny Stoeldraijer (2014). <i>Kernprognose 2013–2060: tijdelijk minder geboorten.</i> Bevolkingstrends 2014. CBS, januari 2014.

Binnenlandse migratie

Vanaf het begin van deze eeuw heeft Noord-Brabant een groot aantal jaren gekend (2002 t/m 2010) met een negatief binnenlands migratiesaldo. De afgelopen jaren zijn de binnenlands migratiesaldi echter weer (licht) positief. Dit betekent dat zich de laatste jaren weer meer mensen vanuit de andere provincies in Brabant hebben gevestigd, dan dat er vanuit onze provincie naar elders in Nederland zijn vertrokken.

Per saldo verliest Brabant vooral migranten aan de Noordvleugel van de Randstad (figuur 3.3). Het zijn vooral jongvolwassenen (15-29 jarigen) die Brabant per saldo verlaten (figuur 3.4). Economische factoren, zoals de werkgelegenheidsstructuur en het hiermee samenhangend arbeidsaanbod spelen hierbij mogelijk een rol, evenals het aanbod van onderwijsvoorzieningen. De positieve binnenlandse migratiesaldi van de laatste tijd impliceren echter, dat het negatieve saldo van jongvolwassenen wel weer (meer dan) gecompenseerd wordt door positieve saldi in de overige leeftijdscategorieën.

Binnen Brabant zijn het vooral de landelijke gebieden die per saldo jongvolwassenen zien vertrekken. Dit vertrekoverschot wordt al enige tijd niet meer goedgemaakt door vestigingsoverschotten in de andere leeftijdscategorieën. In de stedelijke concentratiegebieden zien we juist een ander beeld: vestigingsoverschotten van jongvolwassenen en veelal lichte vertrekoverschotten van vooral jonge gezinnen (figuur 3.4a en 3.4b).

Figuur 3.3

Binnenlands migratiesaldo

Noord-Brabant uitgesplitst naar landsdeel, 2000-2013

Zie ook: Toelichting op de gebruikte gebiedsindeling

Figuur 3.4, 3.4a en 3.4b

Binnenlands migratiesaldo naar leeftijd

2000-2013

Buitenlandse migratie

Zoals gezegd vertonen de buitenlandse migratiesaldi van Noord-Brabant de laatste jaren een nogal grillig verloop. Opvallend zijn de (sterk) negatieve saldi in de periode 2002 tot en met 2007. Het leidde in die periode tot de laagste bevolkingsgroei in Brabant, gemeten vanaf 1950. Vanaf 2008 is het buitenlands migratiesaldo echter weer (sterk) positief, met saldi tot +5.000. Deze omslag kan voor een belangrijk deel verklaard worden door de toename van het aantal (arbeids)migranten uit de (jonge) lidstaten van de Europese Unie (figuur 3.5). Bovendien is, samenhangend met de mindere economische omstandigheden, het emigratieoverschot van Nederlanders de laatste jaren duidelijk teruggelopen. De geschetste ontwikkelingen doen zich zowel in de stedelijke concentratiegebieden als in de landelijke gebieden voor (figuur 3.5a en 3.5b). Tussen beide gebiedstypen bestaat een grote mate van overeenkomst, wanneer de omvang (uiteraard in verhouding tot het inwonertal), ontwikkeling, patroon en samenstelling van de buitenlandse migratiesaldi worden vergeleken.

In de prognose is – overeenkomstig de veronderstellingen van het CBS op dit punt1 – uitgegaan van een (structureel) hoog blijvende instroom van buitenlandse (arbeids)migranten, die zich voor een belangrijk deel in de stedelijke concentratiegebieden zullen vestigen, maar deels ook in de landelijke gebieden. Hoewel iets minder omvangrijk dan het aantal immigranten, zal ook de emigratiestroom dicht bij het huidige niveau blijven liggen. Een hoog immigratieniveau levert op termijn doorgaans ook weer de nodige emigranten op (retourmigratie). Hierbij speelt ook het toenemend belang van arbeid en studie als migratiemotief een rol, omdat een (groot) deel van deze migranten ons land na verloop van tijd weer verlaat. Al met al leiden deze migratie-aannames tot een op termijn structureel verondersteld positief buitenlands migratiesaldo van – gemiddeld genomen – een kleine 4.000 personen per jaar.

Figuur 3.5, 3.5a en 3.5b

Buitenlands migratiesaldo naar herkomst

2000-2013

  • 1. - Coen van Duin e.a. (2013). <i>Bevolkingsprognose 2012–2060: veronderstellingen migratie.</i> Bevolkingstrends 2013. CBS, december 2013.<br> - Coen van Duin en Lenny Stoeldraijer (2014). <i>Kernprognose 2013–2060: tijdelijk minder geboorten.</i> Bevolkingstrends 2014. CBS, januari 2014.

Migratie per gemeente

Omdat in de provinciale prognose het gemeentelijk schaalniveau de basis vormt voor de vooruitberekeningen, zijn de (verwachte) binnen- en buitenlandse migratiesaldi vertaald naar de individuele gemeenten. Vanuit het provinciale beleid2 geldt hierbij als uitgangspunt, dat gemeenten in de landelijke gebieden 'bouwen voor migratiesaldo-nul’3 en de migratie per saldo wordt opgevangen in de stedelijke concentratiegebieden. Met betrekking tot het binnenlands migratiesaldo is dit onverkort toegepast en zijn de verwachte licht positieve saldi toegerekend naar de stedelijke concentratiegebieden. Op grond van de (hierboven beschreven) analyses van de buitenlandse migratie en gelet op de feitelijke verdeling van de buitenlandse (arbeids)migranten over zowel de stedelijke concentratiegebieden als de landelijke gebieden in de afgelopen jaren, zijn de verwachte positieve buitenlandse migratiesaldi4 in de nieuwe prognose echter verdeeld over alle gemeenten in Brabant.5 Overigens wordt langs deze lijn nog altijd het overgrote deel van de buitenlandse migratiesaldi toegerekend naar de stedelijke concentratiegebieden, maar wordt tegelijkertijd wel meer recht gedaan aan recente migratieontwikkelingen in de landelijke gebieden in Brabant.

  • 2. - <i>Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014.</i> Provinciale Staten van Noord-Brabant, maart 2014.<br> - <i>Verordening ruimte Noord-Brabant 2014 (geconsolideerde versie 18-03-2014).</i> Provinciale Staten van Noord-Brabant, maart 2014
  • 3. ‘Bouwen voor migratiesaldo-nul’ betekent dat gemeenten (beleidsmatig) zoveel woningen mogen bouwen als nodig is voor de natuurlijke bevolkingsgroei, ofwel de groei die optreedt als het saldo van alle verhuisbewegingen op nul wordt gesteld. Dit betekent, dat bij de vooruitberekening van de bevolking en de hiermee samenhangende woningbehoefte in de landelijke gebieden, gesteld wordt dat er door verhuizingen evenveel mensen een gemeente inkomen als uitgaan.
  • 4. Hieronder vallen ook de gemeentelijke taakstellingen voor het (jaarlijks) huisvesten van statushouders.
  • 5. De verwachte positieve buitenlandse migratiesaldi zijn verdeeld over alle gemeenten in Noord-Brabant. Beide verdelingen hebben plaatsgevonden op basis van de gemeentelijke bevolkingsomvang per 1 januari 2014 (voorlopige cijfers van het CBS).