2.

Geboorte en sterfte in Brabant

Door de vergrijzing van de bevolking neemt het aantal sterfgevallen de komende decennia sterk toe. Omdat het gemiddeld kindertal per vrouw vrij stabiel blijft, veranderen de geboorte-aantallen maar weinig. Vanaf eind jaren ’20 gaat de sterfte het aantal geboorten overtreffen en slaat de natuurlijke aanwas om in een natuurlijke afname.

De groei van de bevolking wordt enerzijds bepaald door de natuurlijke aanwas, oftewel het verschil tussen het aantal geboorten en het aantal sterfgevallen, en anderzijds door de binnen- en buitenlandse migratiesaldi.

Stabiel kindertal per vrouw

Wat de geboorte betreft is aangesloten op de CBS-veronderstelling, dat het gemiddeld kindertal vanaf 2018 stabiel zal blijven op een niveau van 1,75 kinderen per vrouw.1 Momenteel wordt dat niveau niet gehaald. Zo is – onder invloed van de laagconjunctuur – het gemiddeld kindertal in Brabant de laatste jaren teruggelopen tot 1,66 in 2013.2 Voor de prognoseperiode is evenwel verondersteld, dat de vruchtbaarheidscijfers de eerstkomende jaren weer wat zullen oplopen. Op termijn echter zullen er in grote lijnen geen veranderingen meer optreden in de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheid. Nu de effecten van uitstel op jonge leeftijd en inhaal op hogere leeftijd goeddeels uitgewerkt lijken te zijn, zal het gemiddeld kindertal per vrouw vrij stabiel blijven, al kunnen er natuurlijk altijd fluctuaties optreden naar aanleiding van onvoorziene, tijdelijke verstoringen, zoals de financieel-economische crisis van de laatste tijd.3

Gemiddeld kindertal per vrouw ligt onder vervangingsniveau

  • 1. Coen van Duin en Lenny Stoeldraijer (2014). <i>Kernprognose 2013–2060: tijdelijk minder geboorten.</i> Bevolkingstrends 2014. CBS, januari 2014.
  • 2. Zie CBS-Statline: het gemiddelde kindertal per vrouw heeft zich in Noord-Brabant ontwikkeld van 1,61 in 1990 en 1,73 in 2000 naar 1,79 in 2010. Onder invloed van de financieel-economische omstandigheden en het verminderde consumentenvertrouwen is dit totaal leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfer de laatste jaren teruggelopen tot 1,66 in 2013. De cijfers geven het gemiddeld aantal kinderen weer dat een vrouw krijgt, indien de in het betreffende jaar waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers gedurende haar leven zouden gelden. De Brabantse vruchtbaarheidscijfers liggen al geruime tijd op een met het Nederlands gemiddelde vergelijkbaar niveau.
  • 3. Gijs Beets e.a. (2013). <i>Bevolkingsprognose 2012–2060: veronderstellingen over de geboorte.</i> Bevolkingstrends 2013. CBS, oktober 2013.

 

Als een ‘golfpatroon’ weerspiegelt het (toekomstig) aantal geboorten het verloop van het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijdsgroepen. Zo zal het aantal geboorten richting de jaren ’20 weer toenemen (figuur 2.1)

Figuur 2.1

Aantal geboorten en sterfgevallen

Noord-Brabant, 1980-2050

Immers, als gevolg van het grotere aantal geboorten in de jaren ’90 van de vorige eeuw, neemt ook het aantal vrouwen toe op de leeftijden waarop de meeste kinderen worden geboren. Het niveau van de ‘golf’ uit de jaren ’90 wordt echter niet bereikt. Met een gemiddeld kindertal van 1,75 ligt de vruchtbaarheid namelijk op een niveau, waarmee huidige en toekomstige generaties zichzelf niet vervangen. Daarvoor moet het vruchtbaarheidscijfer op 2,1 liggen. Het ‘golfpatroon’ zet zich vervolgens door richting de jaren ’30 en ‘40, wanneer het geringere aantal geboorten van vandaag de dag weer zorgt voor een afname van het aantal geboorten

Toename aantal sterfgevallen, ondanks stijgende levensverwachting

Ook bij de sterfte zijn de aannames van het CBS overgenomen.4 Verwacht wordt dat de gemiddelde levensverwachting de komende decennia verder toeneemt. Ook worden de verschillen tussen mannen en vrouwen wat kleiner. Voor mannen neemt de levensverwachting toe van iets minder dan 80 jaar in 2014 tot bijna 86 jaar in 2050 (+6 jaar). Voor vrouwen loopt de gemiddelde levensduur op van 83 jaar nu tot 88,5 in 2050 (+5,5 jaar). In vergelijking met de vorige prognose is de levensverwachting opnieuw naar boven toe bijgesteld en een verdere toename in de (nabije) toekomst is zeker niet onrealistisch.5

We worden steeds ouder

(=de levensverwachting in jaren bij geboorte)
  • 4. Lenny Stoeldraijer e.a. (2013). <i>Bevolkingsprognose 2012–2060: model en veronderstellingen betreffende de sterfte.</i> Bevolkingstrends, 2013. CBS, juni 2013.
  • 5. - Joop de Beer (2013). <i>Op naar de honderd! Sterke toename van de kans om honderd jaar te worden.</i> In: Demos, jaargang 29, nr. 9, oktober 2013, blz. 1-4.<br> - Joop de Beer (2014). <i>Is de CBS-prognose van de levensverwachting te conservatief?</i>. Bevolkingstrends 2013. CBS, juli 2013.

 

Ondanks de alsmaar stijgende levensverwachting zal het aantal sterfgevallen in Brabant de komende tijd sterk oplopen als gevolg van de toenemende vergrijzing (figuur 2.1). De omvangrijke naoorlogse geboortegeneraties zullen in de eerste decennia van deze eeuw tot een sterke toename van het aantal overledenen leiden: van 20.000 in de afgelopen jaren tot zo’n 27.000 rond 2030 en ruim 30.000 in 2050. Daarna zal, als ook de vergrijzing over haar hoogtepunt heen is, het aantal sterfgevallen weer wat teruglopen. Door de sterke toename van het aantal personen in de hoogste leeftijdsgroepen zal de sterfte rond 2030 het aantal geboorten gaan overtreffen en slaat de natuurlijke aanwas om in een natuurlijke afname.