Prognosemodel

Voor een actueel beeld van toekomstige bevolkingsontwikkelingen, veranderingen in de leeftijds- en huishoudenssamenstelling en de hiermee samenhangende woningbehoefte wordt de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose – overeenkomstig de Verordening ruimte1  – regelmatig geactualiseerd. Zo kan steeds tijdig worden ingespeeld op nieuwe trends en ontwikkelingen, die van invloed zijn op de omvang en samenstelling van de bevolking en kunnen de kwantitatieve en kwalitatieve effecten hiervan op de woningmarkt worden aangegeven.

Evenals eerdere provinciale prognoses wordt de actualisering van de bevolkings- en woningbehoefteprognose uitgevoerd met het IPB-Primos-model.2 In dit prognosemodel vormen de gemeentelijke bevolking en de specifieke kenmerken van die bevolking de basis voor de vooruitberekeningen. Het model rekent met de gemeente als basiseenheid (‘bottom-up-benadering’).
Een ander belangrijk kenmerk van het prognosemodel is de sterke koppeling met toekomstige, nationale ontwikkelingen, die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verwacht. Aangesloten is op de meest recente nationale bevolkings- en huishoudensprognoses van het CBS.3 Zo zijn bijvoorbeeld voor de vruchtbaarheids-, sterfte- en buitenlandse migratieontwikkelingen de parameters afgeleid van de CBS-prognoses. Voor de huishoudensontwikkelingen is ook gebruik gemaakt van parameterwaarden uit het Primos-model.4 Daarnaast is een aantal beleidsmatige aspecten omtrent de (ruimtelijke verdeling van de) binnen- en buitenlandse migratiesaldi in de prognose verwerkt. Uiteraard wordt bij dit alles, zowel voor de analyseperiode (de afgelopen jaren) als voor de prognoseperiode (2014-2050), rekening gehouden met regionale en gemeentespecifieke verschillen.

Gebruikmakend van recente kennis en inzichten wordt met de bevolkings- en woningbehoefteprognose getracht een beeld te schetsen van de meest waarschijnlijke toekomst. Prognoses zijn – met name ook voor de lange(re) termijn – van bijzondere waarde, juist ook om belangrijke nieuwe trends en te verwachten ontwikkelingen te kunnen duiden. Hierbij gaat het meer om de richting van die ontwikkelingen dan om de (meer precieze) omvang ervan. Rond bevolkings- en woningbehoefteprognoses bestaan immers de nodige onzekerheidsmarges. Zo hangen demografische ontwikkelingen nauw samen met tal van (veranderende) maatschappelijke, sociale en economische ontwikkelingen. De onzekerheidsmarges worden groter naarmate de prognosejaren verder weg liggen in de tijd. Ook het schaalniveau speelt hierbij een belangrijke rol, waarbij geldt dat de marges groter worden bij een kleinere geografische schaal. Zo zijn de onzekerheden doorgaans groter bij prognoses op gemeentelijk schaalniveau dan bij prognoses op regionaal of provinciaal niveau. Om die reden is ervoor gekozen, de prognoseperiode op het gemeentelijke schaalniveau grotendeels te beperken tot 2030, waarbij – zoals gezegd – met name op de wat langere termijn (richting 2030) het indicatieve karakter (sterk) toeneemt. Op provinciaal, regionaal – de indeling in vier RRO-gebieden5 - en subregionaal schaalniveau zijn op deze website ook indicaties terug te vinden van de bevolkings- en woningbehoefte-ontwikkelingen tot 2040/2050.

  • 1. <em>Verordening ruimte Noord-Brabant 2014 (geconsolideerde versie 18-03-2014), artikel 37.6 ‘Bevolkings- en woningbehoefteprognose en de daaruit voortvloeiende bestuurlijke afspraken’.</em> Provinciale Staten van Noord-Brabant, maart 2014.
  • 2. Het IPB-Primos-model is in opdracht van de gezamenlijke provincies ontwikkeld en wordt beheerd door ABFresearch. Dit ‘Instrument voor Planning en Beleid’ is een vraaggestuurd, demografisch prognosemodel (met een ‘Primos-motor’). Met het model worden op gemeentelijk schaalniveau van jaar op jaar de toekomstige bevolkings- en huishoudensontwikkelingen vooruitberekend. Voor zover de gegevens hiertoe beschikbaar zijn is uitgegaan van 1 januari 2014 als startdatum van de prognose. Wat de feitelijke ontwikkeling van de bevolking over 2013 betreft is hierbij gebruik gemaakt van voorlopige cijfers, die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in de eerste maanden van 2014 heeft gepubliceerd. Vanuit de vooruitberekende bevolkings- en huishoudensontwikkelingen wordt vervolgens de toekomstige woningbehoefte en woningvoorraad afgeleid (woningbouw als ‘output-variabele’). Op dit punt wijkt het IPB-Primos-model af van het (originele) Primos-model, dat onder andere door het Directoraat-generaal Wonen en Bouwen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt gehanteerd. En ook van het model Pearl, waarmee in samenwerking tussen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) regionale bevolkings- en huishoudensprognoses tot stand komen. Kenmerkend voor zowel Primos als Pearl is, dat vooraf een woningbouwprogramma wordt ingevoerd, waarna vervolgens de vooruitberekeningen van de bevolkings- en huishoudensontwikkelingen worden gemaakt. Woningbouw is in beide modellen een ‘input-variabele’, waarmee de modellen dus meer als aanbodgestuurd getypeerd kunnen worden. Door de verschillen in modelsystematiek kunnen met name op het gemeentelijke schaalniveau de uitkomsten variëren.
  • 3. - Coen van Duin en Lenny Stoeldraijer (2013). <em>Bevolkingsprognose 2012–2060: langer leven, langer werken. Bevolkingstrends 2013.</em> CBS, november 2013. - Coen van Duin e.a. (2013). <em>Bevolkingsprognose 2012–2060: veronderstellingen migratie. Bevolkingstrends 2013.</em> CBS, december 2013. - Coen van Duin e.a. (2013). <em>Huishoudenssprognose 2013–2060: sterke toename oudere alleenstaanden.</em> Bevolkingstrends 2013. CBS, september 2013. - Coen van Duin en Lenny Stoeldraijer (2014). <em>Kernprognose 2013–2060: tijdelijk minder geboorten. Bevolkingstrends 2014.</em> CBS, januari 2014.
  • 4. Co Poulus e.a. (2013). <em>Primos Prognose 2013. De toekomstige ontwikkeling van bevolking, huishoudens en woningbehoefte.</em> ABFresearch, Delft, november 2013.
  • 5. De Provincie Noord-Brabant hanteert een indeling in een viertal ‘RRO-gebieden’ (Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014. Provinciale Staten van Noord-Brabant, maart 2014; Verordening ruimte Noord-Brabant 2014 (geconsolideerde versie 18-03-2014). Provinciale Staten van Noord-Brabant, maart 2014). RRO staat voor regionaal ruimtelijk overleg. ‘Het wonen’ is een van de (vaste) agendapunten op de agenda van de RRO’s. Om beter aan te kunnen sluiten op het (lagere) schaalniveau waarop veel van de ontwikkelingen op de regionale woningmarkt zich (doorgaans) afspelen, is – binnen deze RRO-indeling – onderscheid gemaakt in (sub)regionale woningmarktgebieden.