3.

Binnenlandse en buitenlandse migratieontwikkelingen

De komende tijd worden in Noord-Brabant positieve binnenlandse migratiesaldi verwacht van gemiddeld zo’n 2.750 personen per jaar. Dit is in lijn met de saldi van de laatste jaren.

De buitenlands migratiesaldi zijn recent sterk toegenomen, tot ca. +15.000 in 2019. Ook de komende jaren worden – na een terugval door de ‘corona-effecten’ – positieve buitenlandse saldi verwacht, waarbij het gemiddeld jaarlijks saldo terugloopt van zo’n 10.000 personen tussen 2020 en 2030 tot ruim 7.000 in de jaren daarna.

Bij de sterke demografische veranderingen die zich sinds het begin van deze eeuw in Noord-Brabant aftekenen, springen vooral de ontwikkelingen rond de binnen- en buitenlandse migratie(saldi) in het oog. Het ‘migratiebeeld’ wordt gekenmerkt door forse schommelingen. Zo zijn de positieve binnenlandse migratiesaldi uit de jaren ’90 vanaf 2002 omgeslagen in negatieve saldi (figuur 3.1). Met uitzondering van 20161 zijn de binnenlandse saldi de laatste 10 jaar steeds weer (licht) positief, en met name de laatste jaren (2017 t/m 2019).
Voor de prognoseperiode is – na een lichte terugval in 2020 – uitgegaan van een positief binnenlands migratiesaldo van gemiddeld ca. 2.750 personen per jaar (figuur 3.1).

Figuur 3.1

Binnenlands migratiesaldo 

Noord-Brabant, 1980-2050


Het beeld dat de buitenlandse migratie oproept is eveneens sterk wisselend. Positieve buitenlandse saldi hebben tussen 2002 en 2008 plaatsgemaakt voor negatieve saldi. Sedertdien kent Brabant weer positieve en – vanaf 2015 – bovendien sterk toenemende buitenlandse migratiesaldi, Vanaf 2016 liggen de saldi zo tussen de 12.500 en 15.000 (figuur 3.2). Niet eerder – gemeten vanaf 2050 – lag het buitenlandse migratiesaldo in onze provincie op een dergelijk hoog niveau.

Vergeleken met de vorige prognose en in lijn ook met de (hogere) saldi die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de komende jaren voor geheel Nederland verwacht2, is – ook voor Brabant – uitgegaan van een beduidend hogere buitenlandse migratieraming. Wel is hierbij wel een inschatting gemaakt van de ‘corona-effecten’. Op basis van de feitelijke bevolkingsontwikkelingen in de eerste helft van 20203, die een sterke afname van de buitenlandse migratiesaldi laten zien, is verondersteld dat het buitenlands saldo in Brabant dit jaar (beduidend) lager zal komen te liggen, vergeleken met de (hoge) niveaus van de laatste jaren, maar de eerstkomende jaren (tot 2025) wel weer zullen oplopen richting de saldi (zo tussen de 11.000 en 12.500), zoals deze af te leiden zijn uit de meest recente prognose van CBS. De (positieve) buitenlandse migratiesaldi lopen daarna terug tot een min of meer structureel verondersteld niveau van gemiddeld ruim 7.000 personen per jaar vanaf 2030 (figuur 3.2).

De vloeiende lijnen van de geprognosticeerde binnen- en buitenlandse migratiesaldi weerspiegelen uiteraard niet de jaarlijks (sterk) fluctuerende feitelijke migratieontwikkelingen. In een prognose wordt immers veeleer getracht een meer structureel (gemiddeld) beeld te schetsen, in plaats van de grilligheid van jaar op jaar in te schatten. Wel is duidelijk dat er met name rond de verwachte migratieontwikkelingen relatief grote onzekerheidsmarges bestaan. Het is een van de redenen de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose regelmatig te actualiseren, om zo de (soms grote) effecten hiervan op de bevolkingsgroei en woningbehoefte in te kunnen schatten.

Figuur 3.2

Buitenlands migratiesaldo

Noord-Brabant, 1980-2050

  • 1. Gegevens over 2016 laten een behoorlijk negatief binnenlands migratiesaldo zien. Voor een belangrijk deel hangt dit samen met de toestroom van asielmigranten (vluchtelingencrisis 2015/2016) en de wijze waarop dit in de (gemeentelijke) bevolkingsstatistieken wordt verwerkt. Vele asielmigranten zullen, nadat ze als vergunninghouders (én als <em>buitenlandse</em> migranten) zijn geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente waarin het asielzoekerscentrum (AZC) is gelegen, vervolgens als <em>binnenlandse</em> migranten in de bevolkingsstatistieken worden opgenomen, wanneer men vanuit het AZC verhuist naar een (andere) gemeente in onze provincie of daarbuiten. Die laatste vertrekstroom is van invloed op het (negatieve) binnenlandse migratiesaldo van Brabant.
  • 2. Lenny Stoeldraijer e.a. (2019). <em>Kernprognose 2019-2060: 19 miljoen inwoners in 2039.</em> CBS, Statistische Trends, december 2019.
  • 3. - Zie o.a. CBS-statline (augustus 2020).<br> - <em>Aantal asielzoekers en nareizigers afgenomen in tweede kwartaal 2020.</em> CBS.nl/nieuws, 31 juli 2020.<br> - <em>Buitenlandse migratie in juni toegenomen.</em> CBS.nl/nieuws, 29 juli 2020.<br> - <em>Ook in mei minder immigratie.</em> CBS.nl/nieuws, 30 juni 2020.<br> - <em>Immigratie gedaald na uitbreken coronapandemie.</em> CBS.nl/nieuws, 19 mei 2020.<br> - Peter Ekamper en Fanny Janssen (2020). <em>Sterfte door de coronapandemie.</em> In: Demos, jaargang 36, nr. 5, mei 2020, blz. 8.

Binnenlandse migratie

Sinds de millenniumwisseling heeft Brabant een groot aantal jaren gekend (2002 t/m 2010) met een negatief binnenlands migratiesaldo. De afgelopen jaren zijn de binnenlandse saldi echter weer (licht) positief en hebben zich vrijwel onafgebroken weer meer mensen vanuit de andere provincies in Brabant gevestigd, dan dat er vanuit onze provincie naar elders in Nederland zijn vertrokken.

Per saldo verliest Brabant vooral migranten aan de Noordvleugel van de Randstad (figuur 3.3). Met name van de jongvolwassenen (15-29 jarigen) vertrekken er meer uit onze provincie dan zich er vestigen, hoewel de saldi de laatste tijd wel steeds minder negatief zijn (figuur 3.4). Economische factoren, zoals de werkgelegenheidsstructuur en het hiermee samenhangende arbeidsaanbod spelen hierbij mogelijk een rol, evenals het aanbod van onderwijsvoorzieningen. De (oplopende) positieve binnenlandse migratiesaldi van de laatste jaren impliceren echter, dat het negatieve saldo van jongvolwassenen de laatste jaren doorgaans weer (meer dan) gecompenseerd wordt door positieve saldi in de overige leeftijdscategorieën. De toenemende druk op de Randstedelijke woningmarkt en de ‘uitstralingseffecten’ hiervan op omliggende regio’s kan hierbij eveneens een rol spelen4.

Binnen Brabant zijn het vooral de landelijke gebieden die per saldo jongvolwassenen zien vertrekken (figuur 3.4b). Dit vertrekoverschot werd lange tijd niet goedgemaakt door vestigingsoverschotten in de andere leeftijdscategorieën, een beeld dat de laatste jaren (2018 en 2019), wellicht ook als gevolg van de toegenomen druk op de stedelijke woningmarkt, wat lijkt te kantelen. In de stedelijke concentratiegebieden zien we juist een ander beeld: vestigingsoverschotten van jongvolwassenen en veelal lichte vertrekoverschotten in de leeftijdsgroepen van 30 t/m 64 jaar (figuur 3.4a).

Figuur 3.3

Binnenlands migratiesaldo naar landsdeel

Noord-Brabant, 2000-2019


Zie ook: Toelichting op de gebruikte gebiedsindeling

Figuur 3.4, 3.4a en 3.4b

Binnenlands migratiesaldo naar leeftijd

2000-2019

  • 4. - <em>Hittekaart 2020.</em> BPD, Bouwfonds Property Development, april 2020.<br> - André Buys en Michelle Hu (2019). <em>Komen en Gaan. Inzicht in verhuisbewegingen. De uitdijing van de Randstad in oostelijke richting.</em> RIGO Research en Advies, oktober 2019.

Buitenlandse migratie

Zoals gezegd vertonen de buitenlandse migratiesaldi van Brabant de laatste jaren een nogal grillig verloop. Opvallend zijn de (sterk) negatieve saldi in de periode 2002 tot en met 2007. Het leidde in die periode tot de laagste bevolkingsgroei in onze provincie, gemeten vanaf 1950. Vanaf 2008 is het buitenlands migratiesaldo echter weer (sterk) positief, met saldi die de laatste jaren saldi zijn opgelopen +15.000 in 2019. Deze omslag kan voor een belangrijk deel verklaard worden door de toename van het aantal (arbeids)migranten uit de (jonge) lidstaten van de Europese Unie (figuur 3.5). Maar ook de vluchtelingencrisis (2015/2016) en de komst van kenniswerkers (expats) en buitenlandse studenten hebben bijgedragen aan de sterk opgelopen buitenlandse migratiesaldi. En tegelijkertijd is hiermee ook de bevolkingsgroei in Brabant uitgekomen op het hoogste niveau in jaren.

De geschetste ontwikkelingen doen zich – in grote lijnen – zowel in de stedelijke als in de landelijke gebieden voor (figuur 3.5a en 3.5b). Tussen beide gebiedstypen bestaat een grote mate van overeenkomst, wanneer de omvang (uiteraard in verhouding tot het inwonertal), ontwikkeling, patroon en samenstelling van de buitenlandse migratiesaldi worden vergeleken.

In de prognose is uitgegaan van een (structureel) hoog blijvende instroom van buitenlandse migranten, die zich voor een belangrijk deel in de stedelijke concentratiegebieden zullen vestigen, maar deels ook in de landelijke gebieden. Hoewel iets minder omvangrijk dan het aantal immigranten, zal ook de emigratiestroom dicht bij het huidige niveau blijven liggen. Een hoog immigratieniveau levert op termijn doorgaans ook weer de nodige emigranten op (retourmigratie). Hierbij speelt ook het toenemend belang van arbeid en studie als migratiemotief een rol, omdat een (groot) deel van deze migranten ons land na verloop van tijd weer verlaat5.

Figuur 3.5, 3.5a en 3.5b

Buitenlands migratiesaldo naar herkomst

2000-2019

  • 5. Coen van Duin e.a. (2018). <em>Bevolkingsprognose 2017–2060: veronderstellingen migratie.</em> CBS, Statistische Trends, oktober 2018.

Migratie per gemeente

Omdat in de provinciale prognose het gemeentelijk schaalniveau de basis vormt voor de vooruitberekeningen, zijn de (verwachte) binnen- en buitenlandse migratiesaldi voor Brabant als geheel vertaald naar de individuele gemeenten. Hierbij is rekening gehouden met het uitgangspunt dat gemeenten in de landelijke gebieden kunnen 'bouwen voor migratiesaldo-nul’6, maar wel met de mogelijkheid om naast deze beleidsmatige insteek ook (beter) in te kunnen spelen op actuele ruimtelijke opgaven en vraagstukken7 en trendmatige migratie-ontwikkelingen8.
Zowel bij de verdeling van de binnenlandse als de buitenlandse migratie(saldi) over de Brabantse gemeenten zijn beleidsmatige en trendmatige aspecten meegenomen.

Zo zijn op grond van de (hierboven beschreven) analyses van de buitenlandse migratie en gelet op de feitelijke verdeling van de buitenlandse migratie over zowel de stedelijke concentratiegebieden als de landelijke gebieden in de afgelopen jaren, de verwachte positieve buitenlandse migratiesaldi9 in de nieuwe prognose verdeeld over alle gemeenten in Brabant10.
Wat de binnenlandse migratie betreft is nagegaan wat de saldi van de gemeenten zijn geweest in de afgelopen jaren (2010 t/m 2019). Die trendmatig bepaalde saldi zijn als vertrekpunt genomen in de nieuwe prognose, waarbij voor de landelijke gemeenten als maximum ‘migratiesaldo-nul’ is gehanteerd. Voor landelijke gemeenten met een (trendmatig bepaald) negatief binnenlands saldo is er – beleidsmatig – van uitgegaan dat dit in de (prognose)jaren tot 2025 weer oploopt tot ‘migratiesaldo-nul’.

Langs deze lijnen vormgegeven wordt – in lijn met het provinciale verstedelijkingsbeleid en het principe van concentratie van verstedelijking11 – nog altijd het overgrote deel van zowel de binnen- als de buitenlandse migratie toegerekend naar de stedelijke concentratiegebieden. Door naast beleidsmatige ook trendmatige aspecten in de prognose op te nemen wordt echter wel meer recht gedaan aan recente migratieontwikkelingen in Brabant. Zo wordt ook bijgedragen aan een (meer) realistisch beeld van toekomstige gemeentelijke bevolkingsontwikkelingen en hiermee samenhangende ontwikkelingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de verwachte groei van de woningvoorraad.

  • 6. ‘Bouwen voor migratiesaldo-nul’ betekent dat gemeenten (beleidsmatig) zoveel woningen bouwen als nodig is voor de natuurlijke bevolkingsgroei, ofwel de groei die optreedt als het saldo van alle verhuisbewegingen op nul wordt gesteld. Dit betekent, dat bij de vooruitberekening van de bevolking en de hiermee samenhangende woningbehoefte in de landelijke gebieden, gesteld wordt dat er door verhuizingen evenveel mensen een gemeente in komen als uitgaan.
  • 7. Hierbij vormen bijvoorbeeld de (4) actielijnen en (6) richtinggevende principes uit de Brabantse Agenda Wonen een belangrijke leidraad. Zie: <em>Brabantse Agenda Wonen.</em> Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, september 2017.
  • 8. <em>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd 01-03-2020) / Artikel 5.18 t/m 5.20, incl. artikelsgewijze toelichting.</em> Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, 1 maart 2020
  • 9. Hieronder valt ook de gemeentelijke taakstelling voor het (jaarlijks) huisvesten van status- of vergunninghouders.
  • 10. De verwachte positieve buitenlandse migratiesaldi zijn verdeeld over alle gemeenten in Noord-Brabant. Deze verdeling heeft plaatsgevonden op basis van de gemeentelijke bevolkingsomvang per 1 januari 2020 (voorlopige gegevens, CBS-Statline, februari 2020) en de (feitelijke) trendmatige verdeling van de buitenlandse migratiesaldi over de gemeenten in de afgelopen jaren (2016 t/m 2019).
  • 11. <em>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd 01-03-2020) (Artikel 5.18 Prognoses).</em> Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, 1 maart 2020.