7.

Ontwikkeling van de beroepsbevolking

Tot 2040 neemt de potentiële beroepsbevolking in de leeftijd tussen 20 en 65 jaar naar verwachting met 35.000 personen af (-2,5%). Door verhoging van de AOW-leeftijd neemt het arbeidspotentieel in diezelfde periode juist toe, met ruim 40.000 mensen (+2,5%).
Uitgaande van de landelijke ‘pensioenafspraken’ uit 2020 telt Brabant in 2050 ruim 1,65 miljoen potentiële werknemers, ruim 100.000 meer als in 2020. Ruim 8% hiervan zal dan 65 jaar of ouder zijn.

Verhoging AOW-leeftijd

De komende decennia wordt naar verwachting de AOW-leeftijd geleidelijk aan verhoogd. Volgens de huidige wetgeving1 zal de AOW-leeftijd stijgen tot 67 jaar in 2024. Een verdere verhoging wordt gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting, waarbij het uitgangspunt is dat voor ieder jaar dat we langer leven, de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt2. Volgens de huidige inzichten met betrekking tot de ontwikkeling van de levensverwachting3 zal de AOW-leeftijd in dat geval zo om de tien jaar met iets meer dan 1 jaar oplopen en uitkomen op 68 jaar in 2033, 69 in 2043 en 70 jaar zo rond het midden van de jaren ’50.

Op basis van deze uitgangspunten kan een indicatie worden gegeven, wat deze geleidelijke ophoging van de AOW-leeftijd gaat betekenen voor de ontwikkeling van de beroepsbevolking in Noord-Brabant. Als het gaat om de potentiële beroepsbevolking wordt vaak gerekend met de bevolking tussen 20 en 65 jaar. Met de verhoging van de AOW-leeftijd zal de leeftijdsgrens echter naar boven toe moeten worden bijgesteld en zullen steeds meer 65+-ers deel uit gaan maken van de potentiële beroepsbevolking. Mede hierdoor zal de komende jaren onze kijk op vergrijzing – doorgaans gemeten in termen van het aantal 65+-ers – (verder) veranderen en zullen er ook alternatieve maatstaven van vergrijzing ontwikkeld (moeten) worden4.

Arbeidspotentieel blijft ruimschoots op peil

De komende decennia neemt het aantal mensen tussen de 20 en 65 jaar af. Tussen 20125 en 2040 loopt hun aantal in onze provincie terug met ongeveer 35.000 personen (-2,5%). Door de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd blijft de potentiële beroepsbevolking (20 jaar – AOW-leeftijd) echter meer dan op peil. Tot 2040 is zelfs sprake van een toename van het arbeidspotentieel met ruim 40.000 mensen (+2,5%), waarbij de groei zich hoofdzakelijk voordoet in de periode tot 2030 (figuur 7.1).

Figuur 7.1

Ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking

(20 jaar - AOW-leeftijd)

Noord-Brabant, 2012-2050


Ondanks de veronderstelde verdere verhoging van de AOW-leeftijd loopt de potentiële beroepsbevolking na 2030 juist weer iets terug (15.000 minder dan in 2030). Dit heeft te maken met het feit, dat de omvangrijke naoorlogse geboortegeneraties dan met pensioen gaan, ook al ligt de AOW-leeftijd (van jaar op jaar) steeds iets hoger. Om en nabij 2040 neemt het aantal potentiële werknemers echter weer toe, om in 2050 uit te komen op ongeveer 1.655.000. Daarmee zou de omvang van de potentiële beroepsbevolking zo’n 170.000 personen hoger liggen vergeleken met 2012, toen de AOW-leeftijd nog op 65 jaar lag. Hiervan is ruim 8%, oftewel een kleine 140.000 personen, dan 65 jaar of ouder (figuur 7.2).

Figuur 7.2

Samenstelling van de potentiële beroepsbevolking

(20 jaar - AOW-leeftijd)

Noord-Brabant, 2012-2050


Of de groei van de potentiële beroepsbevolking ook daadwerkelijk leidt tot een toename van het arbeidsaanbod hangt natuurlijk wel af van de feitelijke ontwikkeling van de arbeidsparticipatie van de oudere werknemers6.

Minder sterke toename van de grijze druk

De zogenoemde ‘grijze druk’ loopt naar verwachting op van 27,8 in 2012 tot 36,5 in 2050 (bijlage D-1). Deze grijze druk geeft de verhouding weer tussen het aantal AOW-ers en de potentiële beroepsbevolking (20 jaar tot aan de AOW-leeftijd). Anno 2050 staan er in Brabant tegenover 1.000 potentiële werknemers dus 365 AOW-gerechtigden. Zonder verhoging van de AOW-leeftijd is diezelfde verhouding 1.000 staat tot 488, oftewel een grijze druk van 48,8 (bijlage D).

 

  • 1. <em>Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd.</em> Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. Staatsblad 2019, 246. 5 juli 2019.
  • 2. - <em>Uitwerking pensioenakkoord.</em> Kamerbrief, 2020-0000086400. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 6 juli 2020.<br> - <em>Hoofdlijnennotitie pensioenakkoord.</em> Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, publicatie: 22 juni 2020.
  • 3. - Lenny Stoeldraijer e.a. (2019). <em>Kernprognose 2019-2060: 19 miljoen inwoners in 2039.</em> CBS, Statistische Trends, december 2019.<br> - Lenny Stoeldraijer en Coen van Duijn (2018). <em>Kernprognose 2018–2060: immigratie blijft hoog.</em> CBS, Statistische Trends, december 2018.
  • 4. - <em>Verkenning Middellangetermijn 2022-2025 (2019).</em> CPB-Raming. Centraal Planbureau, november 2019.<br> - Jeroen Spijker en John Macinnes (2014). <em>Hoe grijs is Nederland eigenlijk?</em> In: Demos, jaargang 30, nr. 4, april 2014, blz. 1-4.
  • 5. 2012 is het laatste jaar waarin de AOW-leeftijd nog op 65 jaar lag.
  • 6. - Jos Ebregt e.a. (2019). <em>Arbeidsparticipatie en gewerkte uren tot en met 2060.</em> CPB Achtergronddocument. Centraal Planbureau, december 2019.<br> - Yvonne Adema en Iris van Tilburg (2019). <em>Zorgen om morgen. CPB Vergrijzingsstudie.</em> Centraal Planbureau, december 2019.<br> - <em>Ruim een kwart miljoen werkende 65-plussers.</em> CBS.nl/nieuws, 21 september 2019.<br> - Nicole van der Gaag en Coen van Duin (2014). <em>Later AOW, meer werkenden?</em> In: Demos, jaargang 30, nr. 3, maart 2014, blz. 4-7.