1.

Prognoses vergeleken

Vergeleken met de vorige prognose ligt de groei van de Brabantse bevolking duidelijk hoger. Dit hangt vooral samen met hogere binnenlandse en (vooral) buitenlandse migratiesaldi.
De woningvoorraad bereikt eveneens een grotere omvang. Naast de hogere bevolkingsgroei speelt hierbij – onder invloed van de vergrijzing en individualisering – ook de sterke huishoudensgroei een rol.

Hogere bevolkingsgroei, vergeleken met de vorige prognose

Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose neemt het inwonertal van Noord-Brabant toe van ruim 2.563.000 in 2020 tot bijna 2.842.000 mensen in 2050. Dit betekent dat de Brabantse bevolking de komende 30 jaar naar verwachting nog met bijna 280.000 personen zal groeien. Vergeleken met de vorige provinciale prognose uit 20171 ligt de bevolkingsgroei beduidend hoger, zal een hoger ‘bevolkingsmaximum’ worden bereikt en komt het omslagpunt van groei naar krimp naar verwachting buiten de prognoseperiode (na 2050) te liggen (figuur 1.1). Anno 2050 telt onze provincie 200.000 inwoners meer dan in de prognose uit 2017 werd verwacht. Het verschil tussen beide prognose wordt vrijwel volledig verklaard door de naar boven toe bijgestelde binnenlandse en (vooral) buitenlandse migratiesaldi.

Figuur 1.1

Bevolkingsomvang
Noord-Brabant, 1980-2050

  • 1. <em>De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant - actualisering 2017.</em> Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, mei 2017.

Meer woningen nodig

De woningvoorraad2 bereikt eveneens een grotere omvang in vergelijking met de vorige prognose (figuur 1.2). De hogere bevolkingsgroei speelt hierbij uiteraard een rol. Samen met de vergrijzing en de individualisering leidt dit tot een sterke groei van het aantal huishoudens (en dus woningen). Verwacht wordt dat er in Brabant anno 2050 ca. 1.360.000 woningen nodig zijn om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, bijna 100.000 woningen meer dan de ramingen uit 20173. Dat betekent een toename van een kleine 220.000 woningen ten opzichte van de ruim 1.140.000 die er aan het begin van 2020 in onze provincie staan. De woningvoorraad blijft tot aan het einde van de prognoseperiode groeien, al vlakt de groei in de loop van de prognoseperiode wel (sterk) af. Al met al wacht Brabant de komende tijd nog een flinke woningbouwopgave, met een accent op de eerstkomende jaren. Tot 2035 zal de woningvoorraad nog met bijna 160.000 woningen moeten toenemen, waarvan 120.000 in de eerstkomende 10 jaar. Dit betekent dat er tot 2030 jaarlijks zo’n 12.000 woningen (netto4) aan de voorraad zullen moeten worden toegevoegd. Dit om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen.

Figuur 1.2

Woningvoorraad

Noord-Brabant, 1980-2050

  • 2. Bij de actualisering van de bevolkings- en woningbehoefteprognose is gebruik gemaakt van de (feitelijke) woningvoorraadgegevens, die op basis van de BAG (de 'basisregistratie adressen en gebouwen') door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) worden gepubliceerd. Omwille van de vergelijkbaarheid in de tijd zijn de woningvoorraadgegevens van voor 2016 consistent gesteld aan de ‘BAG-systematiek’.<br>Zie voor verdere toelichting hoofdstuk 9 ‘Ontwikkeling van de Brabantse woningvoorraad’.
  • 3. Hierbij zijn de nieuwe prognoseuitkomsten vergeleken met het Scenario ‘hoog’ uit de prognose van 2017.
  • 4. Omdat er ook woningen aan de voorraad worden onttrokken (vooral door sloop), zullen er meer woningen gebouwd of anderszins aan de voorraad toegevoegd moeten worden – bijvoorbeeld door woningen te realiseren in leegstaand of leeg komend vastgoed – om in de woningbehoefte te kunnen voorzien.